Overdenking van de predikant


DE WONDEN VAN DE OPGESTANE

Wat zijn er veel wonden bij mensen. Mensen zijn getekend door het leven, door een verlies, falen, ramp, misdaad, ziekte, verslaving, handicap, scheiding, ontslag, faillissement…. Op zijn minst blijft er een litteken, een inkerving. Er is een pijn waar een arts zich mee bezighoudt.
Er is ook zoiets als ‘zielepijn’, bijvoorbeeld door eenzaamheid of verdriet. Tijdens zijn leven had Jezus oog voor de zichtbare, maar ook de onzichtbare, verborgen wonden in de levens van mensen. In de veertigdagentijd en zeker op de Goede vrijdag worden we sterk bepaald bij deze tekenen van lijden, strijd of vernedering. Pasen wil dan niet zeggen dat er geen wonden meer zijn.

Integendeel, de Opgestane is juist in allerlei situaties te herkennen aan zijn wonden:  ‘Kijk maar, hier zijn mijn handen; kom nu maar met je vinger. En kom met je hand om de opening in mijn zijde te voelen.’ Op diezelfde plek, de plek van het lijden, verlies en verloochening, ontvangen mensen ook verlichting en verheldering. De Opgestane is een en dezelfde als de Gekruisigde. Zijn wonden raakt hij niet kwijt, ze blijven hem tekenen.
Wij zijn ook geen supermensen. Littekens blijven. De weg naar geloven gaat vaak door diepten heen. Maar van daaruit kan er ook een diepe vrede en vernieuwing ontstaan. Juist in situaties waarin er iets is afgebroken of kapot gegaan, wordt het Pasen. Het overstijgt ons bevattingsvermogen. Maar het raakt wel onze werkelijkheid, als een afgesloten situatie kan openbreken. De bijbel gebruikt daarvoor aanduidingen als: Christus is er dan voor ons in zijn 'verheerlijkte gestalte’ of 'door de kracht van zijn geest'. In de allesomvattende liefde, getekend door wonden, zijn wij allemaal, mens voor mens, waardevol. Als een gewond mensenleven tot z’n recht komt, is dat iets van Pasen. Het gaat om het andere, het nieuwe. En als dat niet helemaal lukt, dan proberen we elkaar daarbij te helpen. Met vallen en opstaan.

Derk Jan Deunk